Voorlezen begint met Erwaseens

Voorlezen begint met Erwaseens

Gastblog: Nederlands als tweede taal (deel 1)

Het was een paar weken geleden, onderweg naar school, toen mijn zevenjarige zoon aankondigde dat hij een smartwatch wilde. “Maar niet om mee te bellen, hoor,” zei hij er gauw bij. “Ik wil er spelletjes mee spelen en foto’s mee maken,” legde hij uit. Even was het stil. “Ik wil een smartwatch,” zei hij toen, “omdat ik er dan een tof gevoel van krijg!” Hoe weet hij wat “tof gevoel” betekent? Dat zeg ik volgens mij nooit! Toen dacht ik terug aan de Dolfje Weerwolf-boeken van Paul van Loon die we samen hebben gelezen, en dat we de woorden “gaaf”, “stoer”, en “tof” waren tegengekomen en wat die woorden betekenen. Dat heeft hij dus onthouden.

Nederlands als tweede taal

Alleen maar Nederlands

Even voor de duidelijkheid; wij wonen in Zweden, mijn zoon is hier geboren en hij gaat naar een Zweedse school. Mijn man is Amerikaans, en spreekt Engels met hem. Ik ben de enige waar Philip dagelijks Nederlands mee praat. Ik weet het nog precies, het moment waarop ik had besloten om alleen maar Nederlands met hem te spreken. We waren in het park met een aantal andere ouders en hun kinderen, allemaal baby’s tussen de twee en acht maanden oud. Philip was vier maanden. Ik was zijn luier aan het verschonen en tegen hem aan te kletsen (zoals je dat met een baby doet). Ik weet niet meer wat ik precies zei, maar wel dat het Engels was. Eén van de ouders vroeg, “Spreek je altijd Engels tegen Philip?” Ik antwoordde: “Ach, soms Engels, soms Nederlands. Hangt er een beetje van af.”  Ze ging naast me in het gras zitten om ook haar zoontje te verschonen. “Als je wilt dat hij straks Nederlands kan spreken,” zei ze, “moet je alleen maar Nederlands met hem praten.”

De duidelijke, eerlijke manier waarop ze dat zei, zonder veroordeling in haar stem, kwam als een blok binnen. Ja natuurlijk wil ik dat hij vloeiend Nederlands kan, dacht ik. Natúúrlijk wil ik dat hij zonder problemen met mijn ouders kan praten, met zijn neven (en nichten, maar die waren toen nog niet geboren). En wie weet wilt hij wel ooit in Nederland studeren of wonen. Die dag ging er een knop om. Vanaf dat moment sprak ik alleen nog maar Nederlands met hem.

Wat spreek jij thuis?

Misschien herken je dit, misschien zit je als ouder ook in een meertalige situatie. Wat een luxe! Wat een cadeau! Toch kun je je afvragen welke taal je dan kiest om met je kind te spreken. De omgevingstaal? Je wilt toch dat je kind goed meekomt op school, met zijn vrienden, op de zwemclub. Of je eigen moedertaal? Zodat je kind de cultuur en identiteit van jouw familie en achtergrond meekrijgt. Of spreek je de ene keer dit, en de andere dat? En waar baseer je dat dan op?

In een online artikel (1), raadt Folkert Kuiken (bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal en Meertaligheid) om heel consequent de “één persoon, één taal”-strategie toe te passen. Dus in ons geval met mama Nederlands, met papa Engels, en Zweeds met de leerkracht. De meerderheid van de leerlingen op onze internationale school spreekt twee of meer talen. Ouders vragen ons vaak welke taal ze het best thuis kunnen spreken. Sommige ouders denken dat ze Engels moeten praten, omdat de kinderen dan sneller Engels leren en het dan makkelijker hebben op school.

Amy Marshall, onze Language Acquisition leerkracht, zegt dat hier hele uiteenlopende meningen en heftige discussies over zijn. Zij heeft ervaren dat iedere familie uniek is en een eigen unieke taalsituatie heeft. Ze raadt iedere familie aan om voor zichzelf een taal plan te creëren waarin de ouders:

  • vaststellen wat ze belangrijk vinden. Bijvoorbeeld dat de kinderen met hun grootouders in India kunnen communiceren, of dat de cultuur die verbonden is aan hun taal wordt overgedragen aan de kinderen.
  • hun redenen bepalen om een bepaalde taal te spreken. Bijvoorbeeld dat er tijdens het avondeten de taal wordt gesproken die alle familieleden beheersen zodat iedereen aan het gesprek kan deelnemen, of dat de ouders de minderheidstaal van één van de ouders samen spreken zodat de kinderen meer worden blootgesteld aan die taal.
  • bedenken hoe ze de kinderen positieve en rijke ervaringen aanbieden in de gewenste taal. Bijvoorbeeld door kinderen met diezelfde minderheidstaal bij elkaar te brengen voor een spelletjesmiddag, of dat ze heel veel voorlezen, samen verhaaltjes schrijven, en liedjes zingen.

In het vorige gastenblog had ik geschreven over (nieuwe) voorleesroutines en dat het belangrijk is dat de gecreëerde gewoontes vol te houden zijn. Ook Amy benadrukt dit. Geef jezelf geen onmogelijk taak om drie talen levend te houden als dat eigenlijk niet in je dagelijkse leven past!

Lees hier Fleurs tweede deel van Voorlezen in je eigen taal.

 

(1) Tweetalig opvoeden, hoe pak je dat aan?

De korte verhalen in ERWASEENS zijn zeker geschikt als Nederlands je tweede taal is. Er staan verhalen uit allerlei culturen in, zoals een verhaal uit Puerto Rico, een Turks sprookje, een verhaal uit Armenië en meer. De verhalen zijn kort en zijn goed te begrijpen dankzij de heldere illustraties.

Fleur is bibliotheekjuf op een internationale school in Zweden. Ze leest voor. Heel vaak. Alle 19 klassen (groep 1 t/m 7) komen één keer per week naar de schoolbieb, en elke week worden ze voorgelezen. Zo hoopt Fleur bij te dragen aan een inspirerende (voor)leescultuur, thuis en op school. Lees meer over haar belevenissen op de ISGR Library Blog.

Andere blog berichten

Boek van de maand november

Boek van de maand november

Boek van de maand (in tijdschrift 05) Elke maand kiest de redactie van ERWASEENS een nieuw boek van de maand. Dat kan een prentenboek zijn, of een voorleesboek. Doe mee met onze prijsvraag om kans te maken op een van deze mooie boeken!OktoberHet verrukkelijke hotel...

Er was eens een boekhandel

Er was eens een boekhandel

Er was eens een boekhandel Boekhandels hebben het al jaren zwaar. Ze moeten opboksen tegen webreuzen als Amazon en Bol.com. Toen ze in coronatijd ook nog eens de deuren moesten sluiten, was dat voor vele boekwinkeltjes de nekslag. Wat zijn redenen om online te...